donderdag 3 juli 2014

Even er tussenuit. (Alweer?!!!!!!!!!)

Maandagmorgen op weg naar Middelburg, deels op familiebezoek en deels om nader kennis te maken met Middelburg. Via internet een hotel geboekt voor een overnachting. Tot aan Rotterdam behoorlijk wat buien te verwerken gehad, maar naarmate we Zeeland naderden werd het steeds mooier weer. Via de A4 kun je al heel snel in Middelburg zijn, maar wij kozen er voor om bij Willemstad via de eilanden naar Middelburg te gaan. Het eerste eiland is Goeree Overflakkee. Over de Grevelingendam richting Schouwen Duiveland. Bij het restaurant Grevelingen was het zo zoetjes aan tijd voor de lunch. Met uitzicht over de Grevelingen deden we ons te goed aan een heerlijke lunch. Vlakbij het restaurant was, naar later bleek, een mosselkwekerij.








Daarna over de Zeelandbrug richting Middelburg.


Eerst maar naar het hotel om aan te geven dat we pas later in de avond onze intrek in het hotel wilde nemen.


Aan de andere kant van Middelburg ligt Hof ter Veste, Een complex van seniorenwoningen, waar men zelfstandig kan blijven wonen, maar toch verzorging heeft op knops afstandstand.


Dat was ons doel voor de familiebezoek. Wederom kennismaken met de andere tak van de familie Borcheld is steeds bijzonder. Even lekker bijpraten. dan is de middag en avond zo weer om.

Voordat we naar ons hotel gingen, zijn we eerst naar Sint Laurens gereden om het graf van Douwe Borcheld te bezoeken en daar een foto van te maken.


Dan op weg naar het hotel. Kijken hoe de kamer eruit zit.


Ziet er allemaal netjes uit. Na een goed ontbijt konden we er weer tegen. Op ons programma stond in ieder geval een boekje aan het Zeeuws museum. Het Zeeuws museum maakt onderdeel uit van de Abdij. Naast het Zeeuws museum is ook het provinciehuis in de Abdij gevestigd.

De Abdij gaat tot 1123 terug in de geschiedenis. In de loop van tijden heeft de Abdij een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Middelburg. Rond 1572 viel de stad in handen van Willem van Oranje en moesten de monniken uit de Abdij vertrekken. Het is toen in handen gekomen van het provinciaal bestuur. De tweede wereldoorlog heeft Middelburg niet zonder kleerscheuren overleefd. Een fors deel van de binnenstad, waaronder het hele abdijcomplex, ging in vlammen op. Zowel in als na de tweede wereldoorlog is de Abdij en het stadscentrum weer geheel opgebouwd.

Achter de Houttuinen, naast het politiebureau (veiliger kan niet), is een parkeergarage, waar we de auto konden plaatsen. Dan hoeven we ook niet steeds op de klok te letten omdat de parkeertijd voorbij is.



Het eerste oude gebouw wat we tegenkwamen was het gebouw van de kloveniersdoelen.

Kloveniersdoelen is een gebouw aan de Achter de Houttuinen tegenover de Langeviele in Middelburg in de provincie Zeeland. Het gebouw heeft een Vlaamse gevel.
De Kloveniersdoelen is gebouwd in 1607 in de Vlaamse Renaissance-stijl. De Doelen was de oefenruimte (doelen) van de Kloveniers (schuttersleden die met de bus schoten). In de Franse tijd was het een militair hospitaal.
Van 1984 tot 2004 was het gebouw het onderkomen van de Stichting Centrum Nieuwe Muziek. Vanaf 21 juni 2013 heeft het pand weer een horeca- en cultuurfunctie in de vorm van een combinatie van een Grand Café en de Cinema Middelburg.


 Hoog boven de daken is de Lange Jan, de bijnaam voor de abdijtoren, te zien. De geschiedenis is te vinden via http://nl.wikipedia.org/wiki/Abdijtoren.






















Het stadhuis van MIddelburg en klok in  de toren.





Monument ter herinnering aan het bombardement van Middelburg in 1940.


















De St. Jorisdoelen in Middelburg was oorspronkelijk gebouwd in 1582 en was de basis van het schuttersgilde van Sint Joris van Zeeland.



De fontein ervoor kleurt nu oranje vanwege de WK in Brazilië.

 
De toegangspoort naar de binnenplaats van de Abdij, waar ook de ingang is van het Zeeuws museum.
Met de museumjaarkaart konden we zo naar binnen. Het museum heeft een gevarieerde collectie.















 In het Zeeuws museum mogen de klederdrachten niet ontbreken.






Kettingen van bloedkralen.










Van dit schilderij is op de muur een replica aangebracht.











Deze kajak is tot moderne kunst verheven met allerlei soorten attributen.


Zilveren vingerhoedjes, dat is iets voor Gea. Deze zitten (nog) niet in haar collectie.


Een zaal met wandkleden. Geweven! En dat is maar een kleintje in verhouding met de anderen. Hoeveel werkuren zou hierin hebben gezetten?


Zilveren molenbeker. 
De bekers werden vooral gebruikt als de rijkbeladen VOC-schepen weer in de thuishaven waren teruggekeerd. De kapitein en zijn officieren gingen dan feest vieren. Daarbij was het de bedoeling dat ieder in het tuitje - rechtsonder op de foto - blies. Daardoor gingen de wiek draaien. De bekers waren gevuld met brandewijn. Wie het niet lukte om de beker snel leeg te drinken, weer omgekeerd neer te zetten, voordat de wieken ophielden met draaien, was "af". Met dank voor de uitleg aan Koos van der Vate (Pinterest)



Uiterlijk vertoon.
Pet van de GemPo en de sjaal van de RP

In de vitrines van de Wonderkamers van het museum vindt je onder andere het uniform van de Gemeentepolitie Middelburg.


In de kerk van de Abdij bevinden zich dit soort gangen. Met een klein beetje verbeelding zie daar de monniken lopen.




Dit is de kruidentuin binnen de Abdij. Een mooie waterpomp siert de tuin.


Een tweetal gebrandschilderde ramen.








Het interieur van de Abdij kerken.





En wederom de Lange Jan, maar dan vanuit een andere hoek. De toren geeft aan dat hij waar dan ook Middelburg domineert.


Op het plein voor het Stadhuis is een heuse paardentram die ongeveer 20 minuten zou moeten duren, maar er dik 45 minuten er over deed om door de straatjes en pleinen van Middelburg te komen. Door de uitleg onderweg zijn we toch wat meer te weten gekomen over Middelburg.

In een van de winkelstraatjes is een Marokkaans winkeltje die elastiekjes verkoopt voor de nieuwe rage. Eenmaal binnen vonden we een mooie schaal  met kleine schaaltjes voor hapjes e.d.


 Als of er een stickertjes opgeplakt was dat deze schaal bij ons hoorde. Inpakken, betalen en voorzichtig terug naar de auto.

Via binnenwegen en daarna toch over de grote weg naar huis terug. Maar eerst nog even een hapje eten bij een wegrestaurant, deels om de file te ontlopen en het was toch tijd voor een warme hap. En zo zijn we dan weer thuis na twee enerverende dagen in het mooie Zeeland.
















zaterdag 7 juni 2014

Een paar daagjes naar Duitsland.

Maandag 3 juni zijn we voor een paar daagjes vertrokken naar Duitsland. Ons hotel is gelegen in de bergen van het Sauerland. Rond de 365 km vanaf IJmuiden. Onze eerste stop is Hünxe, niet ver van Wesel. Eerst zijn we een stukje het dorp ingelopen om te kijken of er iets van een eetgelegenheid op was, we treffen het niet, 's maandags zijn de winkel gesloten en uiteindelijk vinden we een pizzeria op het pleintje tegenover een supermarkt. Het dorpje ziet er leuk uit: Een muurschildering van Hünxe rond 1900, een kerkje en op het pleintje een fontein.




Onze volgende stop, want het is tijd om wat te drinken, is Hohenlimburg. we zijn namelijk van plan om deze reis in etappes af te leggen. Hohenlimburg is een stadssdeel van Hagen.



Ee n beziewnswaardigheid van
Hohenlimburg is het Slot Hohenlimburg. Hoog gelegen op de berg is het vanuit het stadsdeel te zien. Helaas hebben we daarvoor te weinig tijd. En gaan we richting Schwartmecke, daar waar ons hotel is.
We hadden ons van te voren op de hoogte gesteld van de wegwerkzaamheden aan de Duitse wegen, echter de route naar het hotel, de B55, is geheel afgesloten. Na wat rondgereden te hebben dachten we de weg naar het hotel te vinden. Onze "Beppie" leidde ons naar een landweg.


Maar op een gegeven moment werd het landweggetje alleen maar geschikt voor een tereinwagen en onze Opel Corsa is dat in ieder geval niet. Omgekeerd en de bewoonde wereld weer terug vinden was de enige oplossing. Als door een wonder zaten we op de goede koers.


Onze kamer is op de 2e verdieping. Eenvoudig, maar van alle gemakken voorzien.


Na deze, toch nog vermoeiende reis met al die omleidingen, kunnen we aanschuiven voor het diner.
Het valt ons op dat er niet zoveel andere gasten zijn.


Na het eten konden we heerlijk relaxen in de hotel lobby.



De volgende ochtend, een goed ontbijt, informatie inwinnen over de wegen. We willen namelijk naar het Staatsarchief in Wuppertal.


Alleen op de afstand vanaf het hotel naar Wuppertal hadden we ons een beetje verkeken. Volgens het kaartje was het toch nog 125 km (ca. 1 uur en 30 minuten) rijden. Maar op wegen waar je soms 130 km/u kunt rijden, was dat opzicht geen bezwaar. Onze "Beppie" bracht ons tot voor de deur van archief.


Achter het gebouw was een kleine parkeerplaats, en alsof ze op ons gerekend hadden, met nog één plek over. Eerst maar wat eten. En daarna in het archief aan de slag.
We zijn op zoek naar de broers en zusters van Julius Perger, de Haagse fotograaf. We hadden  in totaal twee zusters en twee broers. Daarvan hadden van één zuster de geboortedatum, van de broers hadden we van beide geen geboortedatum. In totaal hebben we nu een achttal geboorteaktes kunnen vinden.
De familie  Perger is aangevuld met in totaal 11 kinderen, 3 dochters en 8 zonen. Een van de zonen, Georg Julius Perger, daar hebben we geen geboortedatum van gevonden. Wat we wel weten is dat hij naar Australië is geëmigreerd en daar in het huwelijk is getreden met Jane A. Aboriginal. Uit dit huwelijk zijn een drietal kinderen bekend. Al met al geen slecht resultaat.

Tijd om maar weer terug te gaan naar het hotel. Nog even een plaatje van de omgeving.



Woensdag 4 juni, de verjaardag van Gea, hebben gepland voor een toeristische aanpak. Na het ontbijt, wandelend naar Oberhondem. In dit plaatsje ziojn een tweetal attracties. Slot Adolphsburg en een borduurmuseum. Het Slot Adolphsburg is alleen aan de buitenkant te bezichtigen.


 Het borduurmuseum is gevestigd in voormalige kosterij van Oberhundem kerk.





















Behalve dat de expositie bestond uit oude borduurwerken, kon je daar ook zelfgemaakte borduurwerken inlijsten. En natuurlijk was er ook voor Gea om haar toekomstige UFO's mee uit te breiden. (UFO = UnFinishedObjects).

Een adventskalender. Veel van de aangeboden artikelen waren in kerstsfeer. Dat moet wel want het moet over zo'n 7 maanden klaar zijn.

Op het voorplein is een meiboom te bewonderen.

























Tijd voor een kopje koffie en een kopje thee. 

In het Gasthof Zu den Linden vinden we onderdak en onze versnapering.



Ons verdere reisdoel was een bezoek aan het Slot Dillenburg, maar op aanraden van de receptionist kiezen we voor Slot Berleburg in Bad Berleburg.

Aangekomen in Bad Berleburg moesten we nog uitvinden waar het slot is. 

Via Wikipedia vinden we de bijzonderheden van het plaatsje en het slot.

Bad Berleburg is een plaats en gemeente in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, gelegen in het Kreis Siegen-Wittgenstein. De stad telt 19.472 inwoners.
Aan de rand van de stad ligt het Slot Berleburg dat toebehoort aan de Duitse adellijke familie Zu Sayn-Wittgenstein-Berleburg. De huidige prins is Richard zu Sayn-Wittgenstein-Berleburg. Deze tak van de Sayn-Wittgenstein-familie is dus vernoemd naar de stad Bad Berleburg om niet in de war te raken met andere takken van de familie.

De bewoners van dit slot zijn ook bekenden van onze koninklijke familie. Hier heeft Beatrix haar man Claus leren kennen. Tijdens de rondleiding door het slot werd daar ook uitvoerig over verteld. Willem-Alexander is ook een goede bekende. Hij heeft samen met Prins Richard een enorme karper gevangen. Deze is opgezet en te bewonderen in een van de zalen.




Na de rondleiding zijn we nog even wat gaan drinken in een restaurant in het slot. We hebben daar een viertal Nederlanders uit de kop van Noord-Holland ontmoet en deze hebben van ons deze foto gemaakt.


Ondertussen is gaan regenen dat het giet. Dus dan maar weer naar het hotel, ons laatste diner. Morgenochtend na het ontbijt gaan weer huiswaarts. Al met al een geslaagd uitstapje. Onze volgende reis is naar Beryl. Zij heeft ons uitgenodigd om haar verjaardag te vieren in Purley.








maandag 11 november 2013

Zondag 10 november 2013

Vandaag, zondag 10 november, zouden we bezoek krijgen. Maar door omstandigheden werd deze afgezegd. En het weer zag er redelijk uit voor een wandeling. Ik had een en ander gelezen dat in het recreatiegebied Spaarnwoude.een historisch gemaal staat dat door vrijwilligers van de sloop is gered en weer is opgeknapt. En daar wilde we wel naar toe. Ik wist niet waar het gemaal stond, maar die gok wilde we wel nemen.


Dit is een stukje van het recreatiegebied. Rechtsboven aan is het Noordzeekanaal. Linksonder is,bij het water, het Spaarnwoude resort (hotel en diverse activiteiten).


















Vlakbij het resort troffen wij gemaal aan.



Via de site van www.oneindignoordholland.nl heb ik wat van de geschiedenis van het gemaal kunnen vinden.



Het gemaal Velserbroek in Velsen-Zuid.
Het gemaalcomplex is gebouwd in 1914 als ruwoliegemaal met centrifugaalpomp ten behoeve van de polder Velserbroek. Tegenwoordig is het in gebruik als electrogemaal met centrifugaalpomp. De oorspronkelijke ruwoliemotor staat nog in het gemaal opgesteld. Het complex bestaat uit een machinegebouw met voor- en achterwaterlopen, betonnen damsluizen, een uitwateringsduikersluis en een oorspronkelijke machinistenwoning.

 
Geschiedenis
In Velserbroek werd al in de dertiende eeuw bedijkt langs de noord- en oostzijde. De Velserdijk keerde het Wijkermeer en het IJ en sloot aan op de Sparendam (Spaarndam) die als in 1220 was gelegd tussen het Spaarne en het IJ.   De Velserbroek heeft nooit over een eigen bemaling beschikt, maar de polder kon het overtollige water via vier uitwateringssluisjes laten wegstromen. In de loop van de eeuwen zijn de oorspronkelijke houten sluisjes regelmatig vernieuwd en rond1770 in steen uitgevoerd. Hoewel ze sindsdien zijn gerepareerd en opnieuw ingemetseld, is de hoofdvorm onveranderd. Sinds de achttiende eeuw konden de sluisjes ook het polderwater met behulp van schuiven vasthouden, dat in droge zomers uitdroging van de gewassen voorkwam.


Gemaal Velserbroek
Bron: Provincie Noord-Holland
De aanleg van het Noordzeekanaal (1865-1876) had grote gevolgen voor de Velserbroek: de Wijkermeer werd ingepolderd, het IJ afgesloten en de zeewerende functie van de Velserdijk verviel. Belangrijker nog was dat de getijdenwerking kwam te vervallen, waardoor de natuurlijke afwatering in gevaar kwam.

Sinds 1883 werd een 6 pk stoomlocomobiel aangewend om in de winter aan de zuidzijde van de polder het water uit te pompen. In de zomer moest de locomobiel aan de noordzijde water inpompen. Met deze wisselende behoeften moest bij de bouw van het gemaal rekening worden gehouden. In 1913 werd begonnen met de bouw van het vaste gemaal. Als locatie werd de Oostlaandersluis gekozen.

 


 








 Gevelsteen in gemaal.

Stelling van Amsterdam
Het ministerie van oorlog wilde de sluis graag in de Stelling van Amsterdam betrekken om zo de onderwaterlegging van het gebied te kunnen regelen. Deze bemoeienis kan de reden zijn van de betrekkelijk vroege toepassing van het beton voor waterbouwkundige objecten.




Merkwaardige installatie
Niet alleen de buitenkant is van belang, ook het interieur heeft zeldzame waarde. Een 25 pk ruwolie Bronsmotor is direct gekoppeld aan een Louis Smulders centrifugaalpomp. Het merkwaardige aan deze installatie was het ontbreken van hulpapparaten met een onafhankelijke aandrijving. De vacuümpomp en de pomp waarmee de druk in de cilinder werd opgebouwd en waarmee de motor gestart werd, waren beide gekoppeld aan de krukas. Het nadeel hiervan was dat als de start niet lukte, volgens mondelinge overlevering de machinist gasflessen moest bestellen omdat hij niet in staat was de cilinder zelf te vullen.


Machinegebouw en machinistenwoning
Tussen vensters van het machinegebouw is een hardstenen gedenksteen ingemetseld, waarvan de tekst luidt: ‘Polder de Velserbroek bemalingsinrichting gesticht anno 1914 het bestuur baron W. van Tuijll van Serooskerkenm , dijkgraaf  P.A. Koelemij en A. Bulters heemraden Th. J. Wijnoldij Daniels secretaris, Ingenieur P. Hoogeboom, Civ. Ing. C.C. Schuller Opzichter.’

Het interieur van het machinegebouw bestaat uit twee ruimten: links de machineruimte met het aandrijf- en opvoerwerktuigen en rechts een berging en werkplaats. De ruimten zijn van elkaar geschiedenis voor een scheidingswand met twee deuren.
Op de machinistenwoning staat met sierlijke letters geschreven: De Velserbroek’.

Waarde
Het complex is van architectuurhistorische waarde als vroeg en zeer gaaf voorbeeld van een dieselgemaal en vanwege de goede hoofdvorm, detaillering en materiaalgebruik. Die waarde wordt ook ontleend aan de betonnen sluiswerken en de waterlopen als vroeg voorbeeld van de toepassing van gewapend beton in waterbouwkundige werken.
Om twee redenen is het complex van cultuurhistorische betekenis. Ten eerste als intact gebleven en daardoor zeldzaam geworden element uit de geschiedenis van de waterhuishouding, mede in relatie tot de Velserdijk met Oostlaandersluis. Ten tweede als element uit de krijgsgeschiedenis, in het bijzonder het gemaal met toebehoren waarmee de polder De Velserbroek onder water gezet kon worden en als onderdeel van de Stelling van Amsterdam.
Het complex is van belang vanwege zijn historische ruimtelijke betekenis voor de ontwikkeling van de polder Velserbroek en is tevens ruimtelijk-landschappelijk van waarde vanwege de ongeschonden ligging in de recreatiegebied Spaarnwoude.

Het interieur met machinerieën verdient bescherming om historisch-civiel-technische redenen waaronder met name de Brons Oliemotor met Smulders centrifugaalpomp en de uiterst zeldzame en gave eenheid van de installatie.

Monumentale status
Provinciale monumenten vertellen het verhaal van de geschiedenis van Noord-Holland en zijn bepalend voor de identiteit van de diverse regio's. Provinciale monumenten zijn beschermd op basis van de provinciale monumentenverordening. De provincie Noord-Holland wil dit erfgoed behouden en de beleving hiervan door haar bewoners en bezoekers zo breed mogelijk maken. De provinciale monumentenlijst bevat onder meer stolpboerderijen, kerken, waterstaatkundige werken, villa's en industrieel erfgoed.

Adres: Oostbroekerweg 15, Velsen-Zuidhttp://www.oneindignoordholland.nl/tracker/2802


(bron: oneindignoordholland)