woensdag 26 januari 2022

Geschiedenis van de familie Perger

 

In mijn beleving is de naam Perger te herleiden tot het plaatsje  Perg. De gemeente Perg ligt in de deelstaat Opper-Oostenrijk. Rond 1800 maakte het deel uit van het Keizerrijk Oostenrijk. Ten gevolge van de binnenlandse strijdtonelen, besloten vele inwoners van Perg hun heil elders te zoeken. Zij weken uit naar o.a. Italië, Frankrijk, Zweden, Duitsland en Overzee naar Engeland, zuid- en noord Amerika, New Zealand en Australië.

Perg heeft een oppervlakte van 27 km². De gemeente ligt in het noorden van Oostenrijk, in het oosten van de deelstaat Opper-Oostenrijk. Perg ligt ten oosten van de stad Linz.



 

 

 

 

 

 

 Als stamvader kan Franciscus Perger worden aangemerkt.



Franciscus Perger huwde op 5 augustus 1775 in Sankt Lambertus Katholisch, Dusseldorp Christina Josepha Schmitz .

Uit dit huwelijk werden 7 kinderen geboren. Onder meer Ludwig Stanis Lares Joseph Maria Perger, geboren op 1 december 1785, Sankt Lambertus Katholisch, Dusseldorp. Overleden op 12 januari 1841 te Barmen (Duren, Northrhein-Westfalen). Hij huwde op 12 november 1821 in Barmen, Maria Catharina Christina Krebbs, geboren op 15 oktober 1802 te Barmen. Dochter van Georg Krebbs en Gertraud Kubler. Uit dit huwelijk werden 11 kinderen geboren.

 

 

 

Waaronder meer Georg Carl Julius Perger, geboren op 14 mei 1840 te Barmen.

Barmen (Wuppertal)

Hij vestigde zich in 1860 te Den Haag als fotograaf. Op 29 oktober 1962 huwde hij te Den Haag Verginie Georgette Becker, geboren op 8 augustus 1834 te Delft. Uit dit huwelijk werden een 9-tal kinderen geboren.

Verginie Georgette Becker overleed op 5 januari 1915 te Den Haag. Julius overleed op 1 december 1924 in Den Haag.

Julius Perger ontwikkelde zich in de jaren zestig van de negentiende eeuw tot een specialist op het gebied van het fotograferen van ingenieursarchitectuur. Tegelijkertijd had hij in ‘s-Gravenhage een goed aangeschreven portretatelier. Naar aanleiding van een door Perger gemaakt portret van Graaf Gijsbert Karel van Hogendorp, in de handel gebracht door de Haagse boekhandelaar H J . Gerritsen, schreef het Dagblad voor Zuid-Holland en ‘s Gravenhage op 11 juli 1866 „… terwijl wij zeker een bezoek aan het atelier van den Heer Julius Perger, bij wien deze keurige photographie is vervaardigd, gerustelijk durven aanbevelen”.

Ook op een ander terrein heeft Perger enige sporen nagelaten: tijdens een in 1870 georganiseerde loterij ter ondersteuning van het Nederlandse Rode Kruis, fotografeerde hij de te verloten goederen, die tentoongesteld werden in het interieur van de Gotische zaal van het Haagse Paleis Kneuterdijk. Deze foto’s zijn als stereofoto’s in de handel gebracht.






Julius Perger vestigde zich na zijn vertrek uit Duitsland in ‘s-Gravenhage. Op dat moment noemde hij zichzelf al fotograaf. Bij wie hij het vak heeft geleerd is niet bekend. Perger zelf – zo blijkt uit een advertentie in het Dagblad voor Zuid-Holland en ‘s Gravenhage van 23 juli 1864 – was bereid om zijn kennis en vakmanschap door te geven aan anderen.

In die advertentie kondigt hij de opening van zijn atelier aan en maakt hij bekend dat hij: „…niet twijfelt of hij zal door zijn werk de sympathie van het Publiek verwerven, waartoe ook de proeven bij hem voorhanden het hare zullen bijdragen”. Hij besluit de advertentie met de mededeling: „Ook bestaat er gelegenheid voor een fatsoenlijk Jongmensch om grondig de Photographie te leeren”. Of hij daadwerkelijk iemand heeft kunnen onderrichten, weten we niet.


Vooralsnog bestaat het bekende oeuvre van Perger voornamelijk uit opnamen van kanaalwerkzaamheden, havenwerken, spoorwegaanleg en bruggenbouw. Pergers specialisatie verklaart dat opnamen uit de directe omgeving van zijn woonplaats in zijn oeuvre ontbreken. Omvangrijke bouwprojecten op het gebied van de ingenieursarchitectuur speelden zich, in de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw, eenvoudigweg niet af in de buurt van ‘s-Gravenhage. Zo concentreerde de uitbreiding van het Nederlands spoorwegnet zich met name op de overbrugging van de grote rivieren, die tot dan toe de belangrijkste drempel vormden om een landelijk, aansluitend treinvervoer te kunnen realiseren. Behalve in de buurt van Arnhem heeft Perger dan ook vooral in de omgeving van Dordrecht en Rotterdam gefotografeerd.

Een aantal van Pergers constructiefoto’s is opgenomen in Het Vaderlandsch Album ter Welkomstgroet van H.M. de Koningin der Nederlanden. Dit album was een geschenk van Nederlandse geleerden, letterkundigen en kunstenaars aan Koningin Emma, die na haar huwelijk met Koning Willem III in Nederland kwam wonen. Het werd haar aangeboden op 22 april 1879 in het Koninklijk Paleis te Amsterdam. In totaal omvatte het vierhonderdvierendertig bijdragen, gebundeld in negen portefeuilles welke geplaatst waren in een speciaal ontworpen kunstkast. De voorzitter van de commissie, de heer F.C. Tromp, die het initiatief had genomen tot het samenstellen van dit geschenk, hoopte „…H.M. te toonen wat haar nieuwe Vaderland was en is, wat het kon en kan volbrengen, welke groote werken en belangrijke voorwerpen van kunst en wetenschap, die in vreemde landen worden bewonderd en gevolgd, het bezit”. Hiertoe had de commissie bijdragen verzameld, waaronder naast proza, tekeningen, muziekstukken en bouwkundige ontwerpen ook „75 afbeeldingen van groote werken in Nederland, 90 afbeeldingen van Nederlandsche spoorwegen en 15 photographiën van kunstwerken”.

Een catalogustekst waarin alle bijdragen overzichtelijk worden opgesomd, vermeldt onder de categorie ‘Photographiën van kunstwerken, photographiën als proeven van photographie’ bijdragen van A. Greiner, J.W.F. Offenberg, P. Oosterhuis en M. Verveer. In deze gevallen werd – zo kan men de catalogusomschrijving lezen – de foto als beeldend middel en de fotograaf als ‘inventor’ gewaardeerd.

Bij de in de catalogus vermelde ‘afbeeldingen’ gaat het weliswaar ook om foto’s, maar nu ingevoegd als documenten van hetgeen op waterbouwkundig gebied en aan spoorwegwerken was bereikt. Ditmaal worden dan ook niet de fotografen maar de bouwprojecten vermeld, zoals onder meer het Noordzee- Kanaal, de Oranjesluizen, de Nieuwe Rotterdamsche Waterweg, de Lijn Groningen-Winschoten en de Brug over de Lek te Culemborg.


Per bouwproject zijn de foto’s nauwkeurig omschreven en gedateerd. Uit de signaturen op de foto’s zijn soms de makers van deze opnamen te herleiden. Naast opnamen van fotografen als Von Kolkow, Oosterhuis en Hameter zijn er foto’s van Perger ingevoegd: foto’s van de aanleg van de Waterweg van Rotterdam naar Zee, de huidige Nieuwe Waterweg.

Pergers oeuvre is waarschijnlijk grotendeels ontstaan in opdracht. Vermoedelijk gaf één van de bij een bouwproject betrokken partijen – de landelijke overheid, een gemeente, een fabrikant, een ingenieur – opdracht om de vorderingen van een project vast te leggen. Helaas geven de kartons waarop Pergers foto’s zijn geplakt hierover geen informatie.

Diverse projecten of locaties heeft hij jaren achtereen gefotografeerd. Het is niet altijd duidelijk of er hierbij sprake is geweest van een vooraf geplande aanpak om tot een serie te komen. Eenvormigheid in de begeleidende onderschriften, één van de kenmerken van een reeks, komt slechts voor in de serie foto’s van de aanleg van de Nieuwe Waterweg uit 1875-1878. De gedetailleerd benoemde technische gegevens in de onderschriften tonen dat de opdrachtgever Perger exact heeft aangegeven waar hij moest fotograferen.

Een tweetal opnamen uit 1875 en 1876 geven respectievelijk de volgende informatie: „de Zuidelijke Dam 1150 m. uit den duinvoet in Zee” en „verlenging van den Zuidelijke Dam aan den Hoek van Holland, van 1150 tot 2300 meter in Zee”. Legt men deze foto’s naast elkaar, dan ziet men precies welke vorderingen in het tussenliggende jaar zijn gemaakt.

Ongetwijfeld heeft Perger bij het maken van zijn foto’s rekening moeten houden met de wens van zijn opdrachtgevers om over duidelijke registraties van de objecten te kunnen beschikken. Tegelijkertijd streefde Perger echter ook naar beelden die fotografisch interessant waren. Dat laatste komt vooral naar voren in zijn zoeken naar afgeronde, evenwichtige composities. De foto Brug te Dordrecht uit 1871, waarbij de verticale lijnen van de balken worden afgesloten met een horizontale lijn, een stukje spoorweg, is hiervan een goed voorbeeld. Door hun perspectivisch verloop ‘trekken’ die balken het oog naar het eigenlijke onderwerp, de in aanbouw zijnde brug op de achtergrond. Bij zijn streven naar bijna mathematisch exacte composities gebruikte Perger mensen om het beeld te verlevendigen en misschien ook als schaalindicator. Hoe doordacht hij zijn vak beoefende blijkt vooral uit twee opnamen van het station Dordrecht uit 1872. De manier waarop de mensen in het beeld staan valt allereerst op. Door exact te bepalen wie waar en hoe moest komen te staan heeft Perger als een regisseur het totaalbeeld in scène gezet.

Dezelfde figuranten keren terug in beide foto’s, soms staande in eenzelfde houding op ongeveer dezelfde plek. De foto’s krijgen hierdoor een spiegelbeeldig effect, hetgeen geaccentueerd wordt doordat Perger in beide gevallen koos voor eenzelfde kadrering en lichtval. Gezien dit laatste moet hij minstens een halve dag hebben gewacht op de gewenste zonnestand. Met een gelijke standpuntkeuze bereikte hij dat zoveel mogelijk verticalen en horizontalen van de architectuur – kroonlijsten, hoekpilasters en schoorstenen – in elkaars verlengde doorlopen.

Pergers opnamen van ingenieursarchitectuur – alle albuminedrukken van glasnegatieven – zijn afgedrukt op een groot formaat. In de negentiende eeuw werden architectuurfoto’s op carte-de-visite-formaat, op kabinetformaat of als stereofoto veel verkocht als souvenir. Het ging dan meestal om stadsgezichten of in elk geval opnamen van meer pittoreske aard dan in aanbouw zijnde ingenieursarchitectuur. Die laatste categorie lijkt meer voor specialistisch, documentair gebruik te zijn gemaakt. Incidenteel werden opnamen van ingenieursarchitectuur, bijvoorbeeld bruggen, ook op klein formaat gedrukt en verhandeld. Dan ging het echter om opnamen waarin de zojuist opgeleverde brug, een staaltje van nieuwe bouwtechnieken, in volle glorie werd getoond. Van Oosterhuis zijn stereofoto’s uit 1868 bekend van de net opgeleverde brug bij Culemborg, die werden uitgegeven door de plaatselijke handelaar AJ. Blom. Pergers foto’s, voornamelijk in de constructiefasen gemaakt, zijn voor zover bekend niet op deze wijze in de handel gebracht. Twee albuminefoto’s van Perger, beide van een in aanbouw zijnde brug te Dordrecht (1866), hebben een afwijkend formaat. Naast elkaar op karton geplakt geven zij een panoramisch overzicht van de bouwsituatie.

In het algemeen signeerde Perger zijn foto’s met de hand op het negatief. Meestal plaatste hij het „Phot. Julius Perger, ‘s Hage” duidelijk zichtbaar in de foto, soms meegaand in de richting van een beeldelement, soms op een egale donkere of lichte achtergrond.

Perger is één van de negentiende-eeuwse fotografen van wie het oeuvre ontstond tijdens de hausse van bouwactiviteiten tussen 1860 en 1880. Pieter Oosterhuis, wellicht Pergers grootste concurrent op het gebied van de constructiefotografie, heeft nooit gewerkt op locaties waar Perger fotografeerde. Tijdgenoten als Carl Philip Wollrabe en Jacobus van Gorkom daarentegen wel. Zo is de aanleg van de Nieuwe Waterweg door hen drieën in verschillende jaren gedocumenteerd: door Wollrabe in 1868-1869, door Van Gorkom in 1866 en 1869-1871 en door Perger in 1875-1878. Perger en Van Gorkom legden beiden ook de bouw van het spoorwegviaduct Binnen Rotte in Rotterdam vast.

Het oeuvre van Perger, dat in onderwerpskeuze en in stilistisch opzicht lijkt op dat van Van Gorkom – wellicht werd hij om die reden door de opdrachtgevers als een geschikte opvolger van Van Gorkom gekozen -, is niet alleen waardevol als document van een fase uit de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Het is ook belangrijk als voorbeeld van hoe een in opdracht werkende fotograaf wensen van werkgevers wist te combineren met een fotografisch interessante interpretatie.

Breitner zou contact gehad kunnen hebben met een van de eerste fotografen in Nederland: George Carl Julius Perger (1840-1924). Frappant is dat deze ook contact had met houtgraveur en winkelier W.H. Stam, welke aanwezig was bij Pergers huwelijk in 1862.

Het is onbekend of Breitner Julius Perger gekend heeft, maar aangezien Perger zijn atelier in de Geest had en deze openstelde voor publiek om de fotografie te leren is het zeer waarschijnlijk. Perger was zich er overigens van bewust dat hij zich niet in een gegoede buurt bevond.




Uit het huwelijk van Georg Carl Julius Perger en Verginie Georgette Becker zijn een 8-tal kinderen geboren, waaronder: Louis Hugo Julius Perger, geboren op 20 juli 1863, overleden te Amsterdam van beroep decoratieschilder, wonende in Amsterdam St. Nicolaasstraat 34 gehuwd te Amsterdam op 5 maart 1890 met Christina Louisa Kloet, dochter van Willem Johannes Kloet en Johanna Diederica van Werkhoven. Willem Johannes Kloet was van beroep         Rijksveldwachter.                                                             St. Nicolaasstraat                                                                          

Uit het huwelijk van Louis Hugo Julius Perger en Christina Louisa Kloet zijn een 3-tal kinderen geboren. waaronder Julius Louis Hugo Perger, geboren op 8 januari 1891 te Amsterdam, overleden te Amsterdam op 18 april 1945, van beroep postbesteller, gehuwd op 27 mei 1914 te Amsterdam met Peternella van Zijst, geboren 1 oktober 1887 te Baarn, dochter van Nicolaas van Zijst en Luitje van Koutrik.



Door het weigeren van de toestemming tot dit huwelijk door Christina Louisa Kloet, was er een donkere wolk ontstaan. Hetgeen blijkt uit de aankondiging van het huwelijk.

Bij de vermelding van toestemming is het volgende aangegeven;

Proces-verbaal van tussenkomst van de rechter in het kanton Amsterdam, dd. 20 februari 1914, waaruit blijkt dat de moeder des bruidegom bij haar weigering tot het geven van toestemming tot dit huwelijk is blijven volharden.

Julius Perger vierde op 21 mei 1942 zijn 30-jarig ambtsjubileum als postbesteller bij de P.T.T. Een vermelding daarvan is te vinden in de Courant Het Nieuws van den Dag, 20 mei 1942.



Julius Louis Hugo Perger, geboren op 8 januari 1891 te Amsterdam, overleden te Amsterdam op 18 april 1945, van beroep postbesteller, gehuwd op 27 mei 1914 te Amsterdam met Peternella van Zijst, geboren 1 oktober 1887 te Baarn, dochter van Nicolaas van Zijst en Luitje van Koutrik.




Uit dit huwelijk zijn een viertal kinderen geboren.

Pieter Perger, geboren te Amsterdam op 15 mei 1922, overleden te Amsterdam op 29 september 1979, gehuwd te Amsterdam op 18 december 1946 met Jane van der Linden, geboren te Amsterdam op 7 juli 1915, overleden te Amsterdam op 29 april 1987. Uit het huwelijk van Pieter en Jane zijn een tweetal kinderen geboren.

 




Julius Louis Hugo Perger, geboren te Amsterdam op 7 juli 1947, overleden te Amsterdam op 13 juni 2000.


Pieter Cornelis Jacobus Perger, geboren te Amsterdam op 21 september 1948.

 

Julius Louis Hugo Perger, geboren te Amsterdam op 9 mei 1914, overleden te Amsterdam door een noodlottig ongeval op 24 mei 1922.

 


Op het graf staat: “Hier rust door een noodlottig ongeval ons geliefd zoontje Julius Louis Hugo Perger, geboren 8 mei 1914, overl. 24 mei 1922





Klazina Perger, geboren te Amsterdam op 17 juli 1917, overleden te Amsterdam op 14 februari 1994, gehuwd te Amsterdam op 19 januari 1938 met Marcus Pais, geboren te Amsterdam op 10 februari 1914, overleden te Amsterdam op 3 januari 2000. Gescheiden te Amsterdam op 14 juni 1961. Voor de tweede keer gehuwd met Johannes Albert Ronner, geboren te Amsterdam op 3 februari 1905, overleden te Amsterdam op 9 september 1988.




 

 

 

 

 


Uit het huwelijk van Klazina en Marcus zijn 6 kinderen geboren.

Elisabeth Pais, geboren te Amsterdam.

Petronella Pais, geboren te Amsterdam op 10 maart 1941. Gehuwd met Jan  van der Neut. Petronella is in 2018 overleden.

Marcus Pais, geboren te Amsterdam.

Frederika Pais, geboren te Amsterdam op 3 januari 1943, overleden te Amsterdam op 23 april 1996, gehuwd te Amsterdam op 24 februari 1966 met Jan Theodoor Tulleners, geboren te Amsterdam op 13 september 1939, overleden te Amsterdam op 29 december 2001.

Albert Nicolaas Pais, geboren te Amsterdam.

Alberdina Pais, geboren te Amsterdam.


Petronella Perger, geboren te Amsterdam op 30 november 1921, overleden te Amsterdam op 15 juni 1996. 









Gehuwd (1) op 16 juli 1942 met Barend Bartholomeus Baars, geboren te Amsterdam op 28 maart 1917, overleden te Hannover op 26 oktober 1942. 









Gehuwd (2) te Amsterdam op met Paulus Wijnberg, geboren op 1 januari 1924.


Gehuwd (3) te Amsterdam op 12 juli 1958 met Johannes Christiaan de Vries, geboren te Amsterdam op 21 maart 1929, overleden te Amsterdam op 9 december 1994.


Julia Louisa Perger, geboren te Amsterdam op 19 oktober 1929, gehuwd met Rudolph Goss, geboren te Calgary, Alberta, Canada op 19 september 1922, overleden te Penticton, Canada op 4 februari 2017.


Julia Perger vertrok als 20-jarige op 5 december 1949 vanuit Rotterdam met het Stoomschip Veendam naar New York (USA). Zij kwam 18 december 1949 in New York aan. Vandaar ging zij naar Calgary (Canada). Het adres was 2024-9th, Ave.West. Calgary Alberta.

 

 

zondag 14 november 2021

Een weekend met Soli naar Engeland, mei 2009.

 

Mei 2009

In het kader van het honderd jarig bestaan van Soli en van een uitwisseling tussen Soli en een zustervereniging in Newcastle zijn we met de boot op weg naar Newcastle, Engeland.


 In de vroege ochtend, na het ontbijt, naderen we de kust van Newcastle.

 


 

 

Newcastle was vroeger bekend om z’n grote scheepswerven. 

Deze hebben nu plaatsgemaakt voor nieuwe woonwijken. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Newcastle werd door de Romeinse Keizer Hadrianus in het begin van onze jaartelling gesticht.

Newcastle was van oorsprong een vestingstad om de bewoners tegen de Schotten te beschermen. Ten tijde van de industriële revolutie groeide de stad enorm, echter halverwege de 20e eeuw raakte deze in verval.

Met een bus werden we naar het centrum gebracht.



 

 

 

 

 

 

 

 

Onze overnachting was bij de Albatros Backpackers Inn. 51 Grainger Street.


Een  prominent landmark in het centrum van Newcastle is het Grey’s Monument. Het staat bij de Grey Street en Grainger Street. Niet zover lopen van het hotel. Charles Grey, ook bekend als Burggraaf Howick leefde in van 1764 tot 1845. Hij was minister-president van het Verenigd Koninkrijk. In 1832 werd in het VK de Hervormingswet aangenomen wat leidde tot de afschaffing van de slavernij. Het monument was ontworpen door John en Benjamin Green.

 

 

 

Terwijl de orkestleden zich aan de repetities overgaven, werd de aanhang getrakteerd op een bezoek aan de opgravingen bij de Hadriain Wall. Ook wel de Muur van Hadrianus genoemd.

De Romeinse keizer Hadrianus liet deze muur bouwen als een versterkte grenslinie van het Romaanse Rijk. De muur ligt van Carlisle tot Newcastle en is 117 km lang. Heden ten dage zijn archeologen bezig met het onderzoeken van deze muur. In de loop van de eeuwen hebben de bewoners stenen gebruikt voor eigen gebruik.

 
 
 
Terug in Newcastle is ’s avonds het resultaat van de repetities te beluisteren.
 


De volgende dag zijn we met een bus Newcastle ingegaan. Hier hebben we o.a. het Life Science Centre bezocht. Het Life Science museum is gericht op het inzichtelijk maken van de heden ten daagse wetenschap.

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

’s Middags werden we met een bus opgehaald om ons naar de boot te brengen.

Onze bagage aan boord gebracht naar de hut, om daarna aan tafel te gaan voor het diner.

Na het diner nog wat uurtjes doorgebracht met entertainment en dan is het bedtijd. 

Een gezellig weekend met de Muziekvereniging Soli.