Zaterdag 22 maart 2025
Door de Historische Kring Velsen is een excursie georganiseerd naar het NZH Museum in de Waarderpolder, Haarlem.
Voorafgaande is een rit met een historische gele NZH-bus gepland.
Om kwart voor een werden de deelnemers geacht zich te verzamelen op het parkeerterrein tegenover het Telstar Stadion.
Om één uur vertrekt de bus om een rondrit te maken in IJmuiden. Via het Pontplein komen we uit bij de sluizen aan het Noordzeekanaal.
Het sluizencomplex IJmuiden bestaat uit 5 schutsluizen en een spuisluis. De meest recente sluis, de Zeesluis IJmuiden, is in 2022 door Koning Willem Alexander geopend en is de grootste sluis ter wereld.
Het Noordzeekanaal is in opdracht van Koning Willem III gegraven.
Om de verbinding tussen de Haven van Amsterdam en de Noordzee te verbeteren werd in 1824 het Noordhollandsch Kanaal tussen Amsterdam en Den Helder in gebruik genomen. Dit kanaal voldeed al snel niet meer aan de eisen van het groeiende scheepvaartverkeer. Vanaf ongeveer 1848 is men gestart met de zoektocht naar alternatieven voor het Noordhollandsch Kanaal. In 1851 nam de Gemeente Amsterdam het initiatief voor een commissie die tot taak kreeg alle mogelijkheden te onderzoeken voor een kanaal van het IJ door de duinen naar de Noordzee, dat was immers de kortste verbinding.
Bij de opening van het kanaal in 1876 waren er bij de uitmonding van het kanaal op de Noordzee, bij de plaats IJmuiden, twee sluizen aangelegd; de Kleine sluis en de Zuidersluis. Nadat het kanaal was overgenomen door de Staat in 1883 werd direct besloten tot de aanleg van een derde sluis. Met de aanleg van deze Middensluis werd in 1890 begonnen en de werkzaamheden duurden tot 1896. In de jaren twintig van de 20e eeuw werd een nog grotere sluis noodzakelijk. In 1921 besloot men tot de bouw van de Noordersluis, die in 1928 gereed kwam. De Noordersluis was toen de grootste sluis ter wereld.
Op 29 april 1930 is het precies 90 jaar geleden dat de Noordersluis werd geopend. Het officiële openingsmoment vindt plaats op de brug van de Johan van Oldenbarnevelt, die tegen 1 uur ’s middags door de binnendeur de sluis in vaart. Na een toespraak van de minister van Waterstaat geeft koningin Wilhelmina met het overhalen van een hendel het een sein om de buitendeur te openen.
De afmetingen van de Noordersluis, de benutting van de capaciteit en de leeftijd van de sluis (bouwjaar 1929) heeft de noodzaak doen ontstaan voor een nieuwe, grotere sluis. De sluis is uiteindelijk op 13 januari 2022 voor de scheepvaart geopend. De bovenkant van de Velserverkeerstunnel (inclusief beschermschil) op het diepste punt van het verticaal trace is gelegen op NAP-17,34 m. Die van de spoortunnel op NAP-16,38 m. De nieuwe sluis is zo'n 18 meter diep. De maximale diepgang op het Noordzeekanaal en in de sluizen is 13,72 meter of 45 ft (gemeten in zout water). Door de nieuwe zeesluis dieper te maken dan de Noordersluis heeft de scheepvaart minder of geen last van eb en vloed.
Echter het sluizencomplex kan alleen te voet of met de fiets bereiken. Vraag is wanneer het autoverkeer weer over de sluizen naar Velsen-Noord kan gaan.
We vervolgen onze weg richting Felison Terminal waar de ferry naar Newcastle op de passagiers ligt te wachten. Vandaar uit naar de Halkade, Richting Dokweg. We komen dan ook langs de Seaport Marina, waar de luxe en minder luxe schepen liggen aangemeerd.
Marina Seaport IJmuiden is de zeejachthaven van IJmuiden en ligt in het recreatiegebied IJmuiden aan Zee. Op 7 april 1993 werd begonnen met de aanleg, de feestelijke opening vond plaats op 3 juni 1994
Bij de Zuidpier maken we voor een korte stop een fotomoment.
Autobus 1000 is de tweede bus van het type ‘standaardstreekbus’. Deze bussen verschenen in 1967 op de weg.
Van de nieuwe standaardstreekbus, onder druk van de rijksoverheid ontwikkeld, worden 2 prototypen getest. De bussen van het type Leyland Verheul 668 hebben een motor en onderstel van het Engelse merk Leyland en een carrosserie van de Nederlandse fabriek Verheul. 668 staat voor een dieselmotor van 168 pk.
Na samenvoeging van de NACO en de NZH komen ook de bussen met de nummers 998 en 999 hierbij. De bus is een succes en wordt tot 1988 gebouwd. Dit type bus, met z’n gele kleur en de strakke carrosserie met veel polyester, bepaalt vele jaren het gezicht van het Nederlandse streekvervoer. Vandaar dat deze bussen ook de ‘Gele Rijders’ worden genoemd. Bij de NZH zijn vele chauffeurs hun loopbaan gestart met les op leswagen 1000.
Hier is duidelijk het verschil te zien tussen de bus van 1967 en bus van Connexxion.
Op de route passeren we het Bunker museum.
Het Bunker Museum IJmuiden ligt verscholen in een hoek van
de oorspronkelijke Kust Artillerie positie Heerenduinen. Vanuit deze positie
werd de IJmuidense havenmonding verdedigd en daarmee ook de toegang tot de
haven van Amsterdam.
Het museum bestaat uit 6 grotendeels ondergrondse bunkers. In deze bunkers kijk
je je ogen uit naar de enorme collectie die staat opgesteld. Deze variëert van
een Duitse veldfles tot een tweepersoons duikboot.
Voor zo’n oude bus was het geen moeite om de Seinpostweg te beklimmen. Boven aan de Seinpostweg staat een Gedenknaald die ter nagedachtenis is opgericht aan Ing. Justus Dirks. Hij had de technische leiding bij de aanleg van het Noordzeekanaal.
Vanaf de Seinpostweg hebben we uitzicht op IJmuiden Beach Terminal aan de IJmondhaven, waar de grote Cruiseschepen liggen aangemeerd. Zij hebben een open verbinding met de Noordzee, waardoor zij niet afhankelijk zijn van de Zeesluizen.
Dan wordt het tijd om het NZH-museum in Haarlem op te zoeken.
Het NZH-museum is gevestigd aan de A. Hofmanweg 35, Waarderpolder, Haarlem en heeft tot doelstelling het in de vorm van een museum aan bezoekers inzicht te geven in de geschiedenis van de Noord Zuid Hollandse Vervoer Maatschappij N.V. Het onderhouden en restaureren van oude trams en bussen die onderdeel hebben uitgemaakt van het rijdend materieel van de NZH.
Zij doet dit samen met een enthousiaste club aan vrijwilliger De rijke geschiedenis van de NZH gaat terug tot het jaar 1878 waarbij het vervoer in Noordwest Nederland werd verzorgd. In het museum staan 4 trams (de oudste is van 1896) en 11 autobussen, de meesten autobussen zijn rijvaardig en worden geregeld ingezet voor ritten met publiek.
Een overzicht van de voertuigen van het NZH-museum.
De bus ter rechterzijde is er een van het Gemeente Vervoerbedrijf Amsterdam. Voor de route aanduidingen werden de bussen voorzien van een letter.
Op het hoogtepunt in 1930 bestond het uit de volgende
lijnen:
A. Tuindorp Watergraafsmeer (Onderlangs)-Leidscheboschje
B. Tuindorp Oostzaan (Papaverweg)-Beursplein
C. Meeuwenlaan-Beursplein
D. Tuindorp Watergraafsmeer (Onderlangs)-Tulpplein
E. Apollolaan-Station Muiderpoort (Pontanusstraat)
F. Zaanstraat-Leidscheboschje
G. Sloterweg-Station Willemspark
H. Museumplein-Kalfjeslaan
K. Archimedesweg-Leidscheboschje
L. Kamperfoelieweg-Beursplein
M. Nieuwendam-Durgerdam/Zunderdorp/Ransdorp
Het museum werd opgericht in 1986. Het werd gevestigd op het terrein van de voormalige tramremise van de NZH aan de Leidsevaart 396 te Haarlem. Tot 2006 was hier de busgarage van Connexxion (opvolger van de NZH). De geschiedenis van het complex aan de Leidsevaart gaat terug tot 1899, toen de eerste elektrische tram met bovenleiding in Nederland ging rijden tussen Haarlem en Zandvoort.
De trams van de Eerste Nederlandsche Electrische Tram-Maatschappij (ENET) hadden hier hun remise. Vanaf 1904 ging de exploitatie over op de Electrische Spoorweg-Maatschappij (ESM) die in dat jaar de tramlijn tussen Haarlem en Amsterdam (Spui) opende. Het complex werd met de uitbreiding van de tramdiensten vergroot. Ook het hoofdkantoor van de ESM, later de NZH, werd hier gevestigd.
Omdat het museum aan de Leidsevaart moest wijken voor woningbouw, werd in mei 2015 aangekondigd dat het ging verhuizen naar het bedrijventerrein Waarderpolder aan de noordoostkant van Haarlem. In afwachting daarvan werd het museum gesloten.[1] In juli 2015 verhuisden de vier trams van de Leidsevaart naar het nieuwe onderkomen van het museum aan de A. Hofmanweg in de Waarderpolder. Op 11 april 2016 vond de officiële opening plaats van het vernieuwde en uitgebreide museum.
Pronkstuk van het museum is de Boedapester oftewel de “blauwe tram”. Een Boedapester-tramstel, synoniem voor de befaamde “Blauwe Tram”, op weg van Leiden naar Katwijk, Rijnzichtweg in Oegstgeest, zomer 1960. Er waren ook wat verschillen tussen de “Blauwe tram” en de trams van het Gemeente Vervoerbedrijf Amsterdam.
De trams van de NZH en met name op de route Amsterdam – Zandvoort reden op zogenaamde smalspoor rails (1000 mm) en de trams van het Gemeentevervoer bedrijf Amsterdam rijden op breedspoor rails (1435 mm)
Op de foto is duidelijk het verschil te zien tussen smalspoor en breedspoor. Met het opheffen van de “Blauwe Tram” zijn ook de smalsporen verwijderd.
Begin jaren ’90 van de vorige eeuw prikkelt de directie van de NZH haar afdeling Vervoersontwikkeling met de vraag: hebben jullie ideeën om meer tevreden reizigers in onze bussen te krijgen?
De NZH onderhoudt in de zomer enkele zomerlijnen zoals de lijn Castricum NS-Castricum aan Zee. De NZH wil badgasten een op de zomer afgestemd product aanbieden. Zo ontstaat het voorstel om een oude bus om te bouwen tot een open bus, waar een deel van het dak ontbreekt. In de bus koesteren reizigers zich in de zomerzon en genieten van de frisse wind tijdens de rit.
Het idee wordt omarmd en in de Haarlemse NZH-garage zetten de techneuten de zaag in een geschikte bus, standaardwagen 8970. Deze bus, met chassis en motor van DAF, is in 1980 door de Belgische bussenbouwer van Hool gebouwd.
De tot cabrio verbouwde bus rijdt in de zomer van 1994 met veel succes zijn eerste ritten tussen strand en het station van Castricum. Behalve voor het strandverkeer wordt de bus ook ingezet voor festiviteiten en de intocht van Sinterklaas. In 2003 draagt Connexxion de bus over aan het NZH-museum.
Tot slot nog een foto uit vervlogen tijden, een abri die de meeste zich nog wel kunnen herinneren.
Zoals alles komt ook deze excursie tot een eind. En worden we met de bus weer teruggebracht naar het parkeerterrein t.o. het Telstar Stadion.
Al met al een geslaagde excursie. Met dank aan het bestuur van Historische Kring Velsen en degene van wie wij de foto's mochten gebruiken voor deze weblog.