donderdag 13 augustus 2020

Drie dagen Doesburg

Gea en ik hebben voor drie dagen een hotel in Doesburg geboekt.


         Stadshotel Doesburg. Gelegen aan de IJssel.

         Met een terras aan het water.

        




                                                               

Maandag 3 augustus, vertrek rond 11.uur. Via Utrecht, Arnhem zijn we voor de lunch in Doesburg. Ingecheckt, de auto in de parkeergarage, geluncht, gaan we Doesburg verkennen.

 

 

De kamer ziet er goed uit, van bijna alle gemakken voorzien.

                



De geschiedenis van Doesburg.

Doesburg ontving stadsrechten in 1237, een jaar later dan het nabijgelegen Doetinchem. Door de strategische ligging aan de uitmonding van de Oude IJssel in de Gelderse IJssel, is Doesburg lange tijd een belangrijke vestingstad geweest. Doesburg was een van de vijf stemhebbende steden binnen de Staten van het kwartier Zutphen. Tevens had Doesburg een belangrijke economische en bestuurlijke functie als hoofdstad van het Richterambt van Doesburg. De Martinikerk met de 94 meter hoge toren getuigt nog van de toenmalige voorspoed. Door allerlei oorzaken, waaronder de verzanding van de Oude IJssel, nam de welvaart in Doesburg na de 15e eeuw af. 


In de Tachtigjarige Oorlog maakte Doesburg veel krijgsgeweld mee, zoals in het jaar 1572, toen de stad bezet werd door Geuzen onder leiding van Bernard van Merode en Willem IV van den Bergh van de week vóór Pinksteren tot oktober. De graaf van den Bergh had eerst toegang tot de stad gevraagd, en daarop had de magistraat enige afgevaardigden naar het Hof van Gelre gezonden hoe ze zich hierover moesten gedragen, maar eer het antwoord binnen was, hadden de Geuzen de stad al ingenomen en geplunderd. 



Vanaf 1586 kreeg Doesburg een vast garnizoen, gestationeerd in de Mauritskazerne (nu Mauritsveld). Op 31 juli 1606 trok de Spaanse veldheer Ambrogio Spinola op naar de stad om de Staatse veldheer Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje, te misleiden, alsof hij Deventer wilde aanvallen, waarmee de IJssel werd bedreigd. Maurits trapte in de list en doorzag niet dat de beweging naar Doesburg een afleidingsmanoeuvre was; een Spaanse troepenmacht probeerde langs Almelo het Zwarte Water over te steken, maar werd verslagen in de Slag bij de Berkumerbrug. Op last van Maurits werden de Doesburger verdedigingswerken flink verbeterd en uitgebreid in de jaren 1606-1629. 


 In 1672 werd Doesburg belegerd en veroverd door de Fransen; zij bezetten de stad tot 1674. Hierna kreeg Doesburg uitgebreide 17e-eeuwse vestingwerken naar ontwerp van Menno van Coehoorn, maar veranderde in een slaperig provinciaal vestingstadje en zou dat tot na de Tweede Wereldoorlog blijven. Dit had ook zijn voordelen, de historische binnenstad met zijn vele monumenten bleef goed bewaard. De stad werd daarom in 1974 als beschermd stadsgezicht aangewezen. 

Begin Tweede Wereldoorlog werd Doesburg redelijk snel ingenomen door het Duitse leger. Over verzet in Doesburg is weinig terug te vinden. Op 20 april 1944 is de stad echter het toneel van een vuurgevecht tussen de Duitse Sicherheitsdienst en ondergrondse strijders van de KP-Aalten in en om de drogisterij van Philip Gastelaars aan de Koepoortstraat. Tijdens de schietpartij wordt de KP-commandant gedood en daarna worden uiteindelijk de andere drie mannen en ook gastheer Gastelaars gearresteerd. De knokploeg was onderweg naar Noord-Brabant om wapens op te halen, maar kreeg tijdens de heenreis steeds meer in de gaten dat hun Nederlandse chauffeur en contactman hen in een Duitse val liet lopen. Vandaar hun besluit om een pauze voor beraad in te lassen bij de "goede Nederlander" Philip Gastelaars in Doesburg. Voor de Doesburger liep het ook verkeerd af: hij werd een dag later op het terrein van de SS-opleidingsschool "Avegoor" bij Ellecom "op de vlucht doodgeschoten".

Na ongeveer 5 jaar bezetting werd Doesburg bevrijd, helaas hebben de Duitsers de Martinikerk, de Mauritskazerne, de watertoren en de molen opgeblazen.

Omdat Doesburg tot 1923 officieel een vestingstad was, was stadsuitbreiding niet mogelijk. Na de Tweede Wereldoorlog werd de stad snel uitgebreid. De toren van de Martinikerk was in 1945 opgeblazen, maar werd in de jaren 50 en 60 herbouwd. In de jaren 50 werd aan de oostelijke zijde van de stad de wijk Molenveld gebouwd. 

Op maandag zijn de meeste winkels gesloten, maar de enkele die open zijn hebben we nog kunnen bekijken. Tijd om terug te gaan naar het hotel. Het Hotel is gelegen aan de IJssel. Voorheen was het een industriegebied, voornamelijk geënt op het scheepvaart-verkeer. Nu is het een nieuwbouwwijk. Met een link naar het oude stadje.

Het diner was voortreffelijk. Mosterdsoep vooraf, Gea had snoekbaars met ratatouille en ik had ossenhaas met een heerlijke jus. Als toetje had Gea een cappuccino en ik een sorbet.Na het diner hebben we nog wat genuttigd op het terras.

Dinsdag 4 augustus. Na het ontbijt gaan we richting binnenstad. We waren ietwat te vroeg, rond tien uur, echter in Doesburg gaat alles om elf uur open. Dus maar eerst een terrasje pikken.

Wij willen vandaag het mosterdmuseum bezoeken en 's middag een rondleiding met een gids langs bekende gebouwen. Echter bij navraag bij de VVV bleek dat de ingewonnen informatie niet meer van toepassing is, maar nog dateert van 2019. Erg slordig. 


In het centrum van het oude Hanzestadje Doesburg staat de Van Ouds Alom Bekende Doesburgsche Mosterdfabriek met daarnaast De Gildehof, een pleintje met ambachtelijke winkeltjes en ateliers.

In 1974 is de oude mosterdmakerij in Doesburg uitgebreid tot werkend museum en klein ambachtelijk productiebedrijf. U kunt de oude molens en bijbehorende apparatuur van diverse verdwenen Nederlandse mosterdfabriekjes bezichtigen en zien en leren hoe de ouderwetse pure boerenmosterd vandaag de dag nog wordt gemaakt en hoe handmatig de potjes met mosterd worden gevuld. Tevens kunt U in ons mosterdmuseum een unieke collectie van honderden oude en nieuwe mosterdpotjes bekijken. Zeker is, dat U met veel smakelijke ideeën naar huis gaat. U maakt kennis met een typisch oud Hollands ambacht.

De geschiedenis van het maken van mosterd in Doesburg gaat terug tot 1457 toen ene Gosen Momme mosterd maakte. De handel begon aan het begin van de twintigste eeuw pas echt goed te lopen onder leiding van Jan Burgers.
Hij liet achter het pand in de Kerkstraat een kleine ruimte bouwen, waarin een op het stedelijk gasnet aangesloten gasmotor de aandrijving van de mosterdmolen verzorgde. Op oude etiketten is te zien dat de mosterdfabriek toen Doesburgsche Stoommosterdfabriek werd genoemd.

 

Er kon veel mosterd worden gemaakt en de mosterd werd tot diep in de Achterhoek verkocht in Keulse potjes met de blauwe letters JBD (Jan Burgers Doesburg). Deze Keulse mosterdpotten werden afgedicht met een varkensblaas.

In 1932 droeg Jan Burgers zijn handel over aan zijn zoon Johan Arnoldus, die ging werken onder de handelsnaam Fa. J. Burgers en Zoon. Naast mosterd werd in de fabriek, die intussen op elektriciteit werkte, ook azijn vervaardigd.

Na de Tweede Wereldoorlog waren er verschillende eigenaren. Gerrit Kuperus maakte van de mosterdfabriek een mosterdmuseum. Sindsdien bezoeken jaarlijks duizenden toeristen de mosterdfabriek in de Boetstraffelijk in Doesburg. Aan de mosterdfabriek werd een restaurant, De Mosterdhoeve, en De Gildehof met ambachtelijke winkeltjes aan toegevoegd. Hierdoor ontstond een voor bezoekers aantrekkelijk geheel.

Het mosterdmuseum is de moeite waard om te bezoeken. Door de Corona was er geen rondleiding, maar de uitleg was goed te volgen. Ontelbare potjes om de mosterd te bewaren. In de winkel waren nog wat Doesburgse mosterd verkrijgbaar. Na het bezoek gingen we op weg naar de binnenplaats waar we in ieder geval de lunch kunnen gebruiken. In een uitgebreide winkel van de mosterdmuseum hebben nog wat kunnen kopen. 

 

Tijdens de wandeling kwamen het stadsmuseum van Doesburg tegen. Een wat klein optrekje, maar wel met diverse exposities.

 Men vindt daar op beperkte schaal archeologie, vondsten vanaf het mesolithicum (middensteentijd), waaronder het oudste menselijk schedeldak in de provincie Gelderland.


Een verzameling vestingplattegronden van Doesburg vanaf 1560.

Collectie keramiek van Theo Colenbrander, alsmede een van wandtapijten.
Kleine verzameling zilver van de Doesburgse zilversmid Gerrit Cristoffel Fel
s.

Uitgebreide collectie aardewerk van Pottenbakkerij “meesters” o.a. Coenraad van Velzen.
Een tijdelijke expositie “Doesburg in de Tweede Wereldoorlog”. 

Wapenschild van de Tol bij Doesburgh.








Colebrander dekselpot                    

De Kerkstraat, kijkend in de richting van de Grote- of Martinikerk.


 

 

De voorganger van de huidige kerk werd in 1340 verwoest bij een overstroming. De nieuwe kerk, ook gewijd aan Sint Maarten, werd in het hart van de stad gebouwd. De huidige vorm ontstond in hoofdzaak in de15e eeuw. Rond 1430 was de toren gereed. In 1483 richtte een brand grote schade aan. Hierna werd de kerk in de oude vorm weer opgetrokken. Aan het formaat en de rijke afwerking is te zien dat Doesburg destijds een belangrijke Hanzestad was.



De vorm is een basiliek in zogeheten Nederrijnse gotische stijl, zonder dwarsschip. De zijbeuken lopen door langs de toren en tot langs het koor. Oorspronkelijk bezat waarschijnlijk het hele schip stenen gewelven, nu resten alleen nog in de zijbeuken netgewelven. In 1547 zorgde blikseminslag voor veel brandschade; enkele traveeën van het schip verloren toen hun gewelven. In 1552 kwam er nog een gewelf naar beneden, zoals nog te lezen valt op een pilaar. Sinds 1888 heeft het schip houten gewelven.

De toren

In 1586 is Doesburg overgegaan tot de Reformatie en sindsdien wordt de kerk ook vaak Grote of Hervormde Kerk genoemd. De toren werd in 1672 in brand geschoten door de Fransen. In 1717 was het weer de bliksem die brand veroorzaakte. In 1783 was deze kerk de eerste in de Nederlanden die voorzien werd van een bliksemafleider.

Op 15 april 1945 bliezen de terugtrekkende Duitsers de toren op, waarbij ook het schip grote schade opliep. In 1965 was de toren weer hersteld tot de oude hoogte van 94 meter, waardoor deze thans de hoogste kerktoren van Gelderland is en de op zeven na hoogste van Nederland. De restauratie van het gehele kerkgebouw was afgerond in 1972. Aan de oostzijde van de kerk staat nu een naamloos oorlogsmonument.

Rondwandelend zijn wat aardige huizen met een geschiedenis tegengekomen.

 

 

 

 

 

Dit pand dateert uit 1611 en staat in de Bergstraat.

 


 

 

   

  Ooipoortkerk in de Ooipoortstraat

 


 

 

Graanpakhuis in de Boekholtstraat.

Boekholtstraat 2 hoorde oorspronkelijk bij een pand aan de Meipoortstraat en is rond 1700 gebouwd. Het is in 1848 verbouwd tot korenpakhuis, het had toen reeds de huidige omvang, maar in tegenstelling tot tegenwoordig had het drie venster-openingen op de eerste verdieping en de centrale hijskapel werd geflankeerd door twee dakkapellen.

In 1916 is een bouw-plan ingediend voor een forse uitbreiding van het pakhuis aan de achterzijde, maar het is onduidelijk of dat plan is uitgevoerd. Tussen 1929 en 1933 is het graanpakhuis kort na elkaar verbouwd en is de gevel op met name de begane grond aangepast, waarbij een toegangsdeur en inrijdeuren werden toegevoegd. De vleugel rechtsachter kreeg toen haar huidige volume en schilddak en de voorgevel Nadien verdwenen de twee dakkapellen en is de invulling van de centrale inrijdopening nog twee maal gewijzigd. Na de Tweede Wereldoorlog is het rechter gedeelte van de eerste verdieping als woning ingericht.


Lumberden 1428. Veerpoortstraat 22 is vermoedelijk het huis waar de lommerd gevestigd was.

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Blijft het water zich vermeren hoe zal de wal het schip nog keren.”

Gedicht van twee regels: ‘Waterkant’. Ontstaan in de aanloop naar ‘Waterkantfestival’, onderdeel van de evenementen tijdens het 777-feestjaar. Geschreven door stadsdichter Jan Vijn. In overleg met huiseigenaar. Door ontwerper en uitvoerder Afke Kerkhoven geprojecteerd, met potlood contouren getrokken op de plek waar de letters dienden te komen staan, en ingeschilderd, binnen 1 week tijd. Het gedicht is geplaatst aan de rand van het oude stadscentrum, op de plek waar men vanaf de waterkant (ter hoogte van de kade aan de IJssel) de binnenstad binnenkomt. De voormalige ‘Veerpoort’.

Tram doesburg

Vanaf juni 1881 reed er door het centrum van Doesburg een stoomtram over het traject Dieren-Doesburg-Doetinchem. De tramdienst werd verzorgd door de Geldersche Tramweg Maatschappij. Op het traject reden zowel goederen- als personentrams.

De trams reden over de oude schipbrug en midden door het centrum. Op vele oude foto’s en ansichtkaarten zijn de banen van de tramlijn zichtbaar in de bestrating. In het centrum liep een werknemer van de Geldersche Tramweg Maatschappij uit veiligheidsoverwegingen met een rode vlag voor de trams uit.

Dat de veiligheid soms te wensen over liet, blijkt wel uit het feit dat er regelmatig ontsporingen plaatsvonden. Omstreeks 1920 reed een locomotief op de Dierense Dijk tegen een koe aan en kantelde. De koe overleefde de botsing helaas niet. Een spectaculair ongeval vond plaats op 9 november 1924 toen de stoomtram van Doesburg naar Doetinchem op de schipbrug ontspoorde en de locomotief in de IJssel verdween. De machinist wist net op tijd van de locomotief te springen en overleefde het ongeluk.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de tramlijn alleen nog gebruikt voor goederenvervoer. In de zomers van 1955, 1956 en 1957 reden er speciaal voor toeristen een stoomtram tussen Doesburg en Doetinchem. Dit bleek echter voor het laatst te zijn; de laatste stoomtram reed op 31 augustus 1957 door Doesburg. De tramrails werd grotendeels weggebroken uit de straten en daarmee verdween de stoomtram uit het straatbeeld van Doesburg.

Sporen van de rails, in de vorm van zwarte steentjes in het wegdek, zijn nog terug te vinden in het centrum van Doesburg.

Dan is het weer tijd om het hotel op te zoeken. 

Onderweg aan de IJsselkade staat een kunstwerk van Roberto Barni, genaamd “Voetstappen van Goud”. Op de sokkel is de kaart van Europa afgebeeld. En zo stappen de rode mannetjes met zevenmijlslaarzen over de landsgrenzen van dat grote Europa.






Omkleden in het net en dan aan tafel. Ook nu weer heerlijk gegeten. Morgen is het inpakken van de koffers aan de orde. We hebben afgesproken dat de auto tot na het diner in de parkeergarage kan blijven staan.

Op zo’n manier kunnen we nog wat plekjes ontdekken in Doesburg.

  

Woensdag 5 augustus 2020

Tijdens ons laatste wandeling in Doesburg komen we langs bij het Gasthuishofje.


De stichting is ontstaan uit vijf zeer oude Doesburgse stichtingen (Gestichten): het Gasthuis, het Weduwenhuis, de Valeweerd, het Weeshuis en de Broekhuizer Fundatie.
De oudste daarvan dateert uit 1337.



Aanvankelijk vormde de zorg voor armen en behoeftigen de belangrijkste doelstelling van de Gestichten van Weldadigheid.
Sinds de invoering van de Algemene Bijstandswet houden de Gestichten zich vooral bezig met de bevordering van het algemeen maatschappelijk welzijn in Doesburg.
Dat wordt bijvoorbeeld gedaan door het verlenen van financiële bijdragen ten behoeve van Doesburgse maatschappelijke en sociaal-culturele activiteiten.
Daarnaast zien de Gestichten het als hun taak om een bijdrage te leveren aan het behoud van het Doesburgs cultureel en monumentaal erfgoed.
Voorts beheren de Gestichten woningen voor ouderen.
Deze zijn gesitueerd in de Doesburgse binnenstad (onder andere de woningen aan het van Brakelhofje en Het Gasthuishofje en De Buitenhof, alsmede de Paardenmarkt).






In de Koepoortstraat is een opmerkelijk pand te vinden met een gaper aan de gevel. Hier was in vroeger tijden een drogisterij gevestigd



Een oude foto leert ons dat het pand verbouwd is tot woonruimte. De eerste en tweede verdieping zijn nog redelijk origineel. 



Tot slot willen we nog het Lalique Museum bezoeken. Hier worden een aantal voorwerpen van René Lalique tentoongesteld. Als een tijdelijke tentoonstelling worden er de koninklijke geschenken en lichtontwerpen in het museum ondergebracht. Een van de topstukken is wel de kroonluchter





In de tuin van het museum hebben we nog even kunnen genieten van een drankje.

 

En dat is dan tevens het einde van ons bezoek aan Doesburg. Na het diner gaan we huiswaarts naar IJmuiden. 

Mogelijk tot een volgende keer






























vrijdag 31 juli 2020

Excursie Slot Assumburg


Zondag 26 juli 2020
Vandaag zijn we, op uitnodiging van de Historische Kring Velsen, op bezoek voor een excursie naar het Kasteel Assumburg en kasteeltuin.

Onder leiding van een gids werden we door de diverse tuinen rondgeleid. De kasteeltuin kenmerkt zich door een Rosarium, boomgaard, baroktuin en de groente- en kruidentuin.

De groente- en kruidentuin bevindt zicht aan de noordzijde van het kasteel. In de groentetuin worden vooral de vergeten groenten, zoals gele wortelen, blauwe raapstelen en witte bieten, geteeld. In kruidentuin vindt men o.m. Kardoen, Is nauw verwant aan de artisjok en is afkomstig uit het Middellands Zeegebied. 

Warmoes, een zeer oude groente die al in de 4e eeuw vóór Christus door Aristoteles werd beschreven. Het is een snijbiet waarbij je de plant drie a vier keer per jaar kunt afsnijden. Het blad en de stengels zijn erg smakelijk en is rijk aan vitamine C en calcium, tevens heeft het een hoog ijzergehalte.

 

 

 


Schorseneren, de smaak lijkt op asperges en daarom wordt deze groente ook armeluisasperges genoemd. een andere bijnaam is; keukenmeidenverdriet. waarschijnlijk omdat het schoonmaken van de groente veel werk vereist. het zijn lange dunne wortels met een bruine schil. het bleek crème vruchtvlees heeft een heerlijke smaak.





Het Rosarium kenmerkt zich door de variëteiten van diverse rozen. Centraal in het Rosarium staat het rozenprieel. Deze wordt veel gebruikt voor het sluiten van huwelijken.
De Boomgaard. In de boomgaard vindt men fruitbomen, zoals appel-, peren-, pruimen- en kersenbomen van rassen die al meer dan 150 jaren bestaan. Zeer toepasselijk was als eerste boom een Assumerpeer geplant.

De Baroktuin in Frans-classicistische stijl is van 2009 opnieuw aangelegd naar de oorspronkelijke situatie zoals te zien is op gravures uit 1729. Opvallend zijn de vier “broderies” met geschoren Ilex hulstplanten in wit grind.
Rond het jaar 1700 liet een Amsterdamse regent, koopman en bankier, Jean Deutz (1655-1719) zijn oog vallen op slot Assumburg en liet naast een flinke verbouwing van het kasteel ook een prachtige symmetrische baroktuin aanleggen die paste bij zijn maatschappelijke positie en de schoonheidsidealen van die tijd. In 1729 werd van deze tuin een kopergravure gemaakt die als leidraad is gebruikt om de tuin weer in oude luister terug te brengen. De tuin heeft waarschijnlijk niet zo lang bestaan, gezien na de Franse revolutie deze architectuur verdween om plaats te maken voor andere tuinstijlen, zoals de Engelse landschapsstijl. Het terrein is tussen 1911 en 1945 vervallen tot vuilstortplaats. Na de aanleg van het park Assumburg Oud-Haerlem rond het jaar 2000 is in 2008 na sanering van het terrein begonnen met de reconstructie van de tuin. Op 10 juni 2011 werd de nieuwe kasteeltuin geopend.

Even een zijsprongetje. Sinds kort heeft men de contouren van het Kasteel Oud-Haerlem kunnen ontdekken.
In de jaren dertig van de vorige eeuw werden bij het Noord-Hollandse Heemskerk met behulp van luchtfotografie sporen van een oud kasteel herontdekt. Het zogeheten Slot Oud Haerlem werd gebouwd in de dertiende eeuw en in 1351, tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten, verwoest. Recent hebben archeologen het terrein met nieuwe technieken onderzocht. Hierbij is een grote nieuwe kasteelstructuur gevonden. Vermoedelijk gaat het om de voorburcht van het complex.



Na de rondleiding door de tuin van het kasteel Assumburg werden we bij, wat nu de ingang is, door een gids van de Historische Vereniging Heemskerk door het Slot Assumburg rondgeleid.
Slot Assumburg is een kasteel in het oosten van Heemskerk. Het dateert waarschijnlijk oorspronkelijk uit de 13e eeuw, maar werd in 1546 verbouwd, en is genoemd naar de buurtschap Assum tussen Heemskerk en Uitgeest. Er wordt wel aangenomen dat bij de bouw is gebruikgemaakt van sloopmateriaal van kasteel Oud Haerlem, maar dat is niet het geval. De kracht die het kasteel uitstraalt, is ook meer schijn dan werkelijkheid. Het is in feite een imitatie van een middeleeuws kasteel. De dunne muren zouden een beleg niet hebben kunnen doorstaan. Een dergelijk kasteel wordt doorgaans coulissenkasteel genoemd.
Slot Assumburg is gedurende vele eeuwen een adellijk verblijf geweest. Een groot aantal verschillende geslachten hebben er gewoond. Na 1867 bleef het slot onbewoond. De betimmeringen en de gebruiksvoorwerpen werden overgebracht naar kasteel Marquette.
Ook de omgeving raakte haar oude glorie kwijt: het park rond het slot verdween. Vanaf 1911 tot 15 januari 2016 was het eigendom van het Rijk. Het slot werd voor één gulden overgedaan aan de staat met de verplichting het slot te restaureren. De restauratie in opdracht van de Rijksgebouwendienst kwam uiteindelijk rond 1980 gereed. De in de nabijheid gelegen oranjerie was al rond 1965 gerestaureerd. In 1933 kreeg de Assumburg haar bestemming als jeugdherberg.
De geschiedenis van Slot Assumburg.
Slot Assumburg is gedurende vele eeuwen een adellijk verblijf geweest. Een groot aantal verschillende geslachten hebben er gewoond.
Het slot stond in de 13e en 14e eeuw bekend als Williaems Woninghe van Velsen en ’t werd zoals de naam al aanduidt, bewoond door de familie van Velsen. Andere bekende families die het slot hebben bewoond waren Van Assendelfts, de Van Polanens en de Van Renesses.

Rechtspraak in slot Assumburg

In de Middeleeuwen was het platteland verdeeld in een groot aantal ambachten. Heemskerk was zo'n ambacht. Het recht om rechtspraak en bestuur uit te oefenen, was in handen van de ambachtsheer, die dit recht in leen hield van de graven van Holland. De eerste ambachtsheren waren leden van het geslacht Van Haarlem, bewoners van Oud-Haerlem, en beleend met zowel het bestuur van Heemskerk als dat van Castricum. Met de dood van Jan van Bergen, die in 1321 zonder zoons stierf, vervielen de bezittingen van het geslacht Van Haarlem en daarmee ook de heerlijkheid Heemskerk aan de grafelijkheid. In 1327 verkocht de graaf het kasteel Oud-Haerlem, tesamen met de ambachten Heemskerk en Castricum, aan Jan van Polanen. Leden van de familie Van Polanen mochten zich tot aan het einde van de 15e eeuw ambachtsheer van Heemskerk noemen. Door het in 1493 gesloten huwelijk van Aleid van Kijfhoek met Claes van Assendelft kregen leden van het geslacht Van Assendelft, bezitters van het kasteel De Assumburg, de heerlijkheid Heemskerk in handen. De lotgevallen van Assumburg werden daardoor verbonden aan die van Oud-Haerlem. Tot het begin van de 17e eeuw bezaten de Assendelfts zowel De Assumburg als de heerlijkheid Heemskerk. In later tijd was de heerlijkheid gedurende langere tijd in het bezit van leden van het geslacht Van Renesse en de Amsterdamse koopmansfamilie Deutz van Assendelft. De ambachtsheer bezat het recht om schout en schepenen aan te stellen. De heerlijke rechten werden bij de staatsregeling van 1798 officiëel afgeschaft. Aanvankelijk geheel en al, maar het staatsbesluit van 6 juni 1806 betekende een gedeeltelijke terugkeer naar de oude situatie. Het recht van de heer tot aanstelling van ambtenaren, zoals schout en secretaris, werd opnieuw ingevoerd, voor zover de ambachtsheer dit recht voor 1795 bezeten had. In de grondwet van 1814 werden de heerlijke rechten wederom ingevoerd, waarna ze met de grondwetsherziening van 1848 geheel werden afgeschaft.

In 1669 kocht koopman Johannes Wuijtiers het kasteel. Toen na diverse eigenaren een zekere mr. Jean Deutz in 1694 het kasteel had gekocht, liet deze de Assumburg aanmerkelijk verfraaien naar de smaak van die tijd (met een prachtig park met waterpartijen en plantsoenen).
De laatste Deutz was jhr. mr. Jacob Maarten Deutz van Assendelft die op het kasteel woonde en er ook stierf (in 1858). Toen zijn vrouw Josina Johanna Willink in 1867 in Amsterdam stierf, was dat tevens het einde van de Assumburg als aanzienlijk buitenverblijf. Veertien dagen lang vond er een veiling plaats van de inboedel (oktober 1868).



Plafond schildering met links het wapen van Deutz van Assendelft.

Ook het landbezit werd van de hand gedaan. Na een jaar lang verhuurd te zijn geweest aan een gefortuneerde Engelsman, Hugh Hope Loudon, kreeg het gebouw diverse functies: in 1881 als hospitaal tijdens een cholera epidemie en later nog als school.
In 1906 liet jhr. mr. Hugo Gevers van Marquette de betimmering van de grote zaal naar kasteel Marquette overbrengen. Ook de marmeren schoorstenen en vier deuren met hun omlijsting werden daarheen gebracht. Nadat het slot niet meer bewoond werd raakte de omgeving ook de oude glorie kwijt. Het park rond het slot verdween. Sedert 1911 is het in eigendom van het rijk, het werd voor één gulden overgedaan aan de staat, dit met de verplichting het slot te restaureren. In 1933 kreeg de Assumburg haar bestemming als jeugdherberg. Tegenwoordig is er een hostel van Stayokay in de Assumburg gevestigd.
De grote vijver werd in 1933 gedempt met onverkoopbare bollen. Omdat de provincie Noord-Holland zo weinig kastelen telde werd besloten het gebouw te restaureren. Een bestemming als jeugdherberg waarborgde het sociale nut van het oude slot. Op 15 juli 1933 vonden de eerste trekkers er onderdak. Tijdens de oorlog van 1940/45 legerden de Duitsers zich in het kasteel. Na de bevrijding diende het als huis van bewaring voor een dertigtal politieke gevangenen.

Het beheer over het gebouw wordt door de Rijksgebouwendienst gevoerd. Vooral sinds 1950 werd het kasteel met stukjes en beetjes gerestaureerd. De in de nabijheid gelegen oranjerie is rond 1965 gerestaureerd. Na de voltooiing van de restauratie van het kasteel zelf vond de feestelijke heropening van het hotel plaats in oktober 1980.
Het slot zelf is alleen aan de buitenzijde zichtbaar. Zelfs op Open Monumentendagen is slechts een zeer beperkt deel van het slot toegankelijk. Men kan van boven op de muren uitkijken naar de weilanden in de omgeving.















Slot Assumburg – 1790




















Slot Assumburg - 2020


 






















De oorspronkelijke ingang bevond zich aan de zijkant van het Slot Assumburg. Naast het kleine deur is de bel nog aanwezig.

Op de pentekening is het bruggenhoofd en de ophaalbrug te zien.



Het kasteel ligt aan de oostzijde van Heemskerk. Naast het slot bevindt zich het landschapspark Assumburg dat in 2003 is aangelegd.
In 2009 werd begonnen om de 18e eeuwse baroktuin in Frans-Klassisistische stijlweer in originele staat te brengen.
Onder bezielende leiding van hoofd groenvoorziening van de Gemeente, Nico Brantjes werd een plan gemaakt en de uitvoering gestart.  De nieuwe kasteeltuin werd geopend in 2011, meet bijna drie hectaren en bevat naast broderies, vijver met fonteinen, een boomgaard met 150 oude hoogstam fruitrassen (vooral appels en peren), die al vóór 1850 beschreven zijn. Verder een kruidentuin en een rozentuin.
Als sluitstuk werd een wit marmeren beeld geplaatst van Elisabeth Stienstra, een moderne versie van de mythe van de Sabijnse Maagdenroof, waarvan in de oorspronkelijke tuin een kopie heeft gestaan.

Bezitgeschiedenis:

Jan van Rietwijk werd in 1322 beleend met de helft van de Assumburg. De andere helft behoorde toen al aan Barthoud van Assendelft. Op 17 mei 1328 verkocht Jan zijn helft van de Assumburg aan Barthoud van Assendelft. Daarna droeg Barthoud (I) de gehele Assumburg op aan de heer Jan van Polanen (eigenaar kasteel Oud Haerlem), die hem ermee beleende op 5 juni 1335.
Barthoud was getrouwd met Catharina, dochter van Dirk van den Wale, hofmeester van graaf Willem III. Dirk van den Wale was een bastaard van Polanen! Barthoud stierf waarschijnlijk in 1345.

Zijn oudste zoon Dirk (I) verkreeg de Assumburg, maar is vrij kort daarna kinderloos overleden, zodat zijn jongere broer Gerrit (II) zich in 1348 op dit kasteel kon vestigen. Deze Gerrit was in relatie gebleven met de familie van zijn oude leenheren de Van Haerlem's: hij trouwde met Stevina van Haarlem. Sedertdien hebben de Van Assendelft's het wapen van de Van Haerlem's in het hunne opgenomen. Hun oudste zoon Barthoud (II) werd door hertog Willem VI verbannen. Dus betrok broer Dirk (II) van Assendelft in 1413 de Assumburg en liet zich daarmee zelfs belenen (20 april 1421). De laatste mannelijke Van Assendelft die de Assumburg heeft bewoond was Gerrit (VIII) (1567-1617) heer van Assendelft (1601), Assumburg, etc. Gerrit (VIII) bleef ongehuwd.

Na zijn dood ontving zijn zuster Anna (II) de Assumburg in leen (1618). Ze was getrouwd met Gerrit van Renesse van der Aa. Anna stierf in 1626. Nog enkele tientallen jaren bleven er Renesse's op de Assumburg wonen, maar in 1669 kocht koopman Johannes Wuijtiers het kasteel. Toen na diverse eigenaren een zekere mr. Jean Deutz in 1694 het kasteel had gekocht, liet deze de Assumburg aanmerkelijk verfraaien naar de smaak van die tijd (met een prachtig park met waterpartijen en plantsoenen). De laatste Deutz was jhr. Mr. Jacob Maarten Deutz van Assendelft die op het kasteel woonde en er ook stierf (in 1858). Toen zijn vrouw Josina Johanna Willink in 1867 in Amsterdam stierf, was dat tevens het einde van de Assumburg als aanzienlijk buitenverblijf. Veertien dagen lang vond er een veiling plaats van de inboedel (oktober 1868). Ook het landbezit werd van de hand gedaan.

Na een jaar lang verhuurd te zijn geweest aan een gefortuneerde Engelsman, Hugh Hope Loudon, kreeg het gebouw diverse functies: in 1881 als hospitaal tijdens een cholera epidemie en later nog als school. In 1906 liet jhr. Mr. Hugo Gevers van Marquette de betimmering van de grote zaal naar Kasteel Marquette overbrengen. Ook de marmeren schoorstenen en vier deuren met hun omlijsting werden daarheen gebracht. Tenslotte werd het tot bijna ruïne vervallen kasteel op 18 september 1911 aan het rijk verkocht. De grote vijver werd in 1933 gedempt met onverkoopbare bollen. Er werd besloten het gebouw te restaureren. Een bestemming als jeugdherberg waarborgde het sociale nut van het oude slot. Op 15 juli 1933 vonden de eerste trekkers er onderdak. Tijdens de oorlog van 1940/45 legerden de Duitsers zich in het kasteel. Na de bevrijding diende het als huis van bewaring voor een dertigtal politieke gevangenen.

De huidige ingang was breed genoeg om een koets door te laten. De arrestant kon dan tot aan de binnenplaats, waar recht werd gesproken, worden gebracht.

Rechtspraak middeleeuwen

Het geslacht Assendelft heeft een belangrijke rol gespeeld in de historie. Dirk van Assendelft schonk het slot in 1443 aan zijn zoon Gerrit van Assendelft. Hij was Eerste Raad van Keizer Karel V en stond later in bijzondere gunst bij Koning Philips II en de Landvoogdes Margaretha van Parma. Hij werd President van Holland genoemd door Hertog Philips. Gerrit diende meteen een verzoek in om misdadigers te mogen berechten, hetgeen werd toegestaan. Uit die tijd stamt nog de Vierschaar, die nu nog op de binnenplaats te vinden is. Hier werd vroeger het recht gesproken. In oude kronieken staan nog vonnissen vermeld, die hier zijn uitgesproken, waarvan b.v. deze:

Arend Dick van Oldenzeel ook wel klein Adriaantje genoemd, gehoord hebbende de beschuldiging tegen hem en zijn verdediging wordt als straf een stuk van zijn oor gesneden en gebrandmerkt. Verder wordt hij voor de rest van z 'n leven verbannen uit de Graafschap Holland. Zou hij terugkomen dan wordt hij gedood.

Uit die tijd stamt ook de gevangenis van het slot die er nu nog steeds in oude staat is. Ter afschrikking van boosdoeners werd op de zuidoost toren een galg opgericht. Hiervoor werd de bovenste helft van de toren gesloopt. In 1965 is deze toren weer in de oorspronkelijke staat opgebouwd.

Een andere Gerrit van Assendelft leefde omstreeks 1500. Hij was de oudste zoon van Nicolaas van Assendelft die in 1485 trouwde met de toen 15 jarige Aleid van Kijfhoek. Deze Gerrit heeft een stormachtige jeugd gehad. Zijn ouders wilden hem een meer intellectuele opvoeding geven. Daarom stuurden ze hem naar 0rléans in Frankrijk om daar te gaan studeren. In 0rléans woonde Katharine de Chasseur. Zij was de dochter van een herbergier. Toen Gerrit in 0rléans studeerde en wel eens een glaasje kwam drinken in de herberg werd hij verliefd op Katrientje. Vader herbergier dwong hem toen om met Katrientje te gaan trouwen. De vader zag dat hier wat te verdienen viel, haalde er een notaris en getuigen bij en zo werd Gerrit gedwongen zijn geliefde te trouwen.

Dit huwelijk was aanleiding tot veel narigheid. Na de trouwdag nam Gerrit de benen of wel het paard en verliet 0rléans. Maar de jeugdige Katrientje reisde hem achterna en schonk hem een zoon Nicolaas. Zij eiste dat Gerrit goed voor haar zou zorgen. Ze kreeg een groot huis in Den Haag, waar zij woonde met twee kamervrouwen, een kapelaan en een page. Gerrit heeft het maatschappelijk ver gebracht. Hij werd zelfs President van het Hof van Holland en Stadhouder van de Lenen (d.w.z. hoofd van de leenkamer).

Toen Gerrit's moeder overleed in 1530 achtte Katrien de tijd gekomen om verhoging van haar uitkering te vragen. Zij deed Gerrit zelfs een proces aan, dat na twee jaar eindigde met een overeenkomst waarbij Katrien een jaargeld van f 600,- werd toegekend. Gerrit zou zich belasten met de opvoeding van zijn zoon Nicolaas. Hij beloofde deze niet te zullen onterven als hij zelf daar geen aanleiding toe gaf.

De uitkering die Katharine van haar man ontving was blijkbaar niet voldoende. Met de hulp van de kapelaan ging zij vals geld vervaardigen, dat in omloop gebracht werd. Al werd het nog zo knap gedaan, het was ook in die tijd verboden geld te maken en het tweetal werd betrapt en gearresteerd. De kapelaan verloor zijn hoofd onder de valbijl en Katrientje werd veroordeeld tot de brandstapel. Op aandringen van Gerrit werd het vonnis veranderd in dood door verdrinking, wat in die dagen humaner geacht werd. Er werd haar door een trechter water in de mond gegoten, tot de dood er op volgde.

Hierbij nog wat foto’s van het interieur van Slot Assumburg.



De schouw is later geplaatst. De oorspronkelijke schouw is met vele onderdelen overgebracht naar het kasteel Marquette.





























Tot slot hebben een rondgang aan buitenzijde van Slot Assumburg gemaakt Hier konden we zien welke veranderingen aan het slot door de eeuwen heen hebben plaatsgevonden.


In de “speelkamer” vinden we een offering aan Baches.

 


















Duiventil, voor het verzenden van boodschappen.

En tot slot om aan te geven wat de protsige eigenaar van het Slot Assumburg aan het huis toevoegde, was dat hij naast de ingang een kogel liet inmetselen. Het Slot heeft nimmer een belegering gekend, daar waren de muren te dun voor.